5. Gegevensanalyse

Het ontwikkelen van een degelijk informatiesysteem is een ingewikkeld proces, zeker als er veel aspecten en verscheidene medewerkers bij komen kijken.
Hier wordt voornamelijk één aspect van systeemontwikkeling besproken, de gegevensanalyse, d.w.z. we onderzoeken

5.1. Normalisatie

Normalisatie is een eenvoudige techniek voor gegevensmodellering, ontwikkeld door E.F. Codd.
Normalisatie omvat drie stappen – plus een voorbereidende stap – die je in volgorde uitvoert.
Hieronder een informele samenvatting van de stappen.

Nulde normaalvorm (0NF)

Eerste normaalvorm (1NF, FNF)

Tweede normaalvorm (2NF, SNF)

Derde normaalvorm (3NF, TNF)

5.2. Analyse in Access

Access biedt de database-ontwikkelaar verscheidene hulpmiddelen aan bij de analyse; bekijk lint Hulpmiddelen voor databases sectie Analyseren.

5.2.1. Documentatie afdrukken

Op lint Hulpmiddelen voor databases staat de knop Databasedocumentatie. Je kan alle objecten in detail laten afdrukken, maar het is vooral handig om de tabelstructuur te bestuderen: zet een vinkje aan de gewenste tabellen, controleer de afdrukopties en klik OK.
Je krijgt een rapport Objectdefinitie in afdrukvoorbeeld. Je kan het enkel afdrukken, niet bewerken.

Had je eigenlijk liever een grafisch overzicht van de structuur? Klik op lint Hulpmiddelen voor databases op Relaties.
Zorg dat je alle tabelvelden ziet en verplaats de tabellen tot je een duidelijk overzicht krijgt.
Kies dan op lint Hulpmiddelen voor relaties de knop Relatierapport.
Dit rapport kan je wel verder bewerken in ontwerpweergave (knopje rechtsbeneden) vooraleer je het afdrukt.

5.2.2. Tabellen analyseren

Heb je het gevoel dat een tabel niet goed in elkaar zit? Dubbele gegevens bevat? Laat Access het even controleren.

Op lint Hulpmiddelen voor databases zie je de knop Prestaties analyseren.
Klik erop, zet een vinkje aan de objecten die je wil laten analyseren en bevestig met OK.
Soms komt Access met een suggestie maar vaak is het antwoord: geen suggesties ...

Praktischer is de Wizard Tabelanalyse:

  1. Klik op lint Hulpmiddelen voor databases op Tabel Analyseren.
  2. Lees de inleiding, klik Volgende, lees de mogelijke oplossingen en klik Volgende.
  3. Selecteer de tabel die geanalyseerd moet worden, Volgende, laat de wizard een keuze maken en Volgende.
  4. Beoordeel de indeling: sleep velden naar de tabel waar ze thuishoren, dubbelklik op een standaard tabelnaam om die te veranderen. Volgende.
  5. Beoordeel de sleuteltoekenning: in een tabel met een foute sleutel klik je op het juiste sleutelveld en dan op knop Sleutel Toekennen. Volgende.
  6. Bestudeer de mogelijke typfouten en inconsistenties. Selecteer of typ een eventuele correctie in het gelijknamige veld. Volgende.
  7. Laat de wizard een query maken als je de originele tabel toch nog wil bewaren, anders hoeft dat niet.

5.2.3. Records controleren

Als de tabellen groter worden, kan het voorkomen dat er tweemaal hetzelfde record in zit of dat er verouderde gegevens zijn die geen relatie meer hebben met andere tabellen.
Access bevat enkele wizards om zulke zaken op te sporen.

Dubbele records zoeken

  1. Activeer lint Maken en klik op Wizard Query.
  2. Selecteer Wizard Dubbele Records en klik OK.
  3. Kies de tabel of query waarin je naar dubbels wil zoeken en klik op Volgende.
  4. Zet de velden waarin je dubbele waarden vermoedt in de rechterkolom. Kies uiteraard geen primair sleutelveld of een veld met een index die geen duplicaten toelaat. Volgende.
  5. Moeten er nog gegevens in de dynaset opgenomen worden? Zo niet, Volgende.
  6. Geef de query een duidelijke naam en Voltooien.

Verouderde gegevens opzoeken

Bevat je database klanten die nooit een bestelling plaatsten? Clubleden die al jaren geen lid meer zijn? Schrijvers waarvan je geen boek bezit?
Zulke records hebben geen relatie meer met andere tabellen en Access kan ze opzoeken:

  1. Activeer lint Maken en klik op Wizard Query.
  2. Selecteer Wizard Niet-Gerelateerde Records en klik OK.
  3. Kies de tabel of query waarin je overtollige gegevens vermoedt en klik Volgende.
  4. Selecteer de tabel of query waaraan de eerste gerelateerd is. Volgende.
  5. Selecteer in beide tabellen of query's het sleutelveld dat hen verbindt en klik op de knop met de dubbele pijl. Volgende.
  6. Kies de velden die in de dynaset van de query opgenomen moeten worden, Volgende, zorg voor een duidelijke naam en Voltooien.

5.3. Een database splitsen

Een database die door meer personen via een netwerk wordt aangesproken, kan je best splitsen.
Dat verbetert de prestaties en verkleint de kans op beschadiging van de gegevens.

Wijzigingen aan gegevens in de ene database worden direct doorgevoerd in elke gekoppelde kopie.

Werkwijze om te splitsen:

  1. Maak eerst een kopie van het databasebestand, voor het geval er iets misloopt.
  2. Open de database en kies op lint Hulpmiddelen voor Databases de knop Access-Database.
  3. Lees de uitleg en klik op Database Splitsen.
  4. Geef eventueel een naam en locatie voor het back-enddatabasebestand op of accepteer de voorgestelde.

Even geduld ... en de front-end database verschijnt. Aan de tabelnamen staat een blauw pijltje, dat aangeeft dat dit gekoppelde tabellen zijn.
De originele tabellen zitten in de back-end database.

Wil je achteraf iets aan de koppelingen aanpassen, dan kan dat via lint Externe Gegevens – Koppelingsbeheer.

5.4. De opties van Access

Uiteraard kan je Access aanpassen aan je voorkeuren; daarvoor vind je bij Bestand – Opties.

5.4.1. Algemeen

Gebruikersinterfaceopties

  • LiveVoorbeeld Inschakelen: beweeg de cursor over opmaakfuncties en je ziet dadelijk het resultaat in het document
  • Stijl Voor Scherminfo: als je de cursor over een lintoptie beweegt, verschijnt de uitleg van de optie in een infokader
  • Sneltoetsen Weergeven In Scherminfo: in het infokadertje wordt ook de sneltoets voor de geselecteerde optie getoond
  • Hardwareversnelling Uitschakelen Voor Afbeeldingen: Office 2013 is de eerste versie die hardwareversnelling gebruikt om mooie vloeiende animaties te leveren

Databases Maken

  • Standaardbestandsindeling: als je een database moet doorgeven, is het misschien veiliger om ze als een oudere versie op te slaan
  • Standaarddatabasemap: typ het volledige pad (C:\enz.) naar de map waar nieuwe databases standaard opgeslagen moeten worden
  • Sorteervolgorde: voor sommige talen gelden andere sorteervolgordes dan voor onze algemene Europese talen

Persoonlijke instellingen

Je kan een gebruikersnaam en initialen opgeven, die dan als metadata met het bestand mee opgeslagen worden.
Bovendien kan je een thema en achtergrond kiezen voor het programma zelf.

5.4.2. Huidige database

Toepassingsopties
De meeste van deze opties gelden pas als je de database terug opstart.

  • Toepassingsnaam: aangepaste naam die verschijnt op de titelbalk van het databasevenster
  • Toepassingspictogram: aangepast pictogram (*.bmp of *.ico) in plaats van het Accesspictogram
  • Formulier Weergeven: toon het gekozen formulier bij het openen van de database
  • Webweergaveformulier: hiermee kan de gebruiker formulier in een online database instellen, wijzigen of verwijderen
  • Statusbalk Weergeven: toon de statusbalk onderaan het scherm
  • Opties voor Documentvensters: gebruik tabbladen met maximum formaat (standaard) of overlappende venster, elk met een eigen formaat
  • Speciale Access-Toetsen Gebruiken: bv. Ctrl+F11 om te schakelen tussen een aangepast lint en het standaardlint
  • Comprimeren Bij Sluiten: zal automatisch de database herstellen en comprimeren bij sluiten
  • Persoonlijke Gegevens Bij Opslaan Verwijderen: standaard wordt de naam van de maker mee opgeslagen
  • Besturingselementen Met Windows-Thema's:
  • Indelingsweergave Inschakelen: wil je de indelingsweergave voor formulieren wel of niet gebruiken?
  • Ontwerpwijzigingen in Gegevensbladweergave: hiermee kan je in gegevensbladweergave het ontwerp van tabellen wijzigen
  • Controleren op Velden Met Ingekorte Getallen: toont "####" als een kolom te smal is om het hele getal weer te geven
  • Opslagindeling Voor Afbeeldingen:

Navigatie

Standaard wordt het navigatiedeelvenster getoond en dan kan je daar nog opties bij instellen:

  • Hoe de lijst van objecten in het navigatiedeelvenster getoond wordt.
  • Verborgen Objecten Weergeven: verborgen objecten worden gedimd getoond
  • Systeemobjecten Weergeven: systeemtabellen beginnen met MSys en worden standaard niet getoond
  • Zoekbalk Weergeven:
  • Objecten openen met dubbelklikken (standaard) of éénmaal klikken.

Lint- en werkbalkopties

  • Naam Lint: als je een aangepast lint gemaakt hebt, kan je hier de naam opgeven
  • Snelmenubalk: als je een aangepast snelmenu gemaakt hebt, kan je hier de naam ervan opgeven
  • Volledige Menu's Toestaan: normaal kan de gebruiker aan alle linten, maar je kan dat beperken
  • Standaardsnelmenu's Toestaan: mag de gebruiker via rechtsklikken de standaard snelmenu's oproepen?

Opties voor automatische naamcorrectie

  • Informatie Bijhouden Over Automatische Naamcorrectie: Access geeft elke objectnaam een unieke identifier
  • Automatische Naamcorrectie Toepassen: als je de naam van een object wijzigt, zal Access trachten om die wijziging over door te voeren waar je de oude naam gebruikte
  • Wijzigingen In Logboekbestand Vastleggen: je kan een logboek bijhouden met alle naamswijzigingen

Opties voor opzoeken met filter in de actuele database

  • Lijst Met Waarden Weergeven In: in een formulierfilter krijgt je keuzelijstjes in geïndeerde en/of niet geïndexeerde velden, eventueel ook in ODCB-velden
  • Lijsten Tot Aantal Records: maximaal aantal records dat gelezen wordt om een keuzelijst met unieke waarden samen te stellen

Webservice- en Sharepointtabellen

Webservice- en Sharepointtabellen, met andere woorden tabellen die niet lokaal opgeslagen zijn maar in "the cloud", worden standaard toch lokaal opgeslagen in de cache, bij de voorlopige bestanden.
Je kan ervoor kiezen om die cache leeg te maken bij het sluiten van de database of om online tabellen helemaal niet lokaal bij te houden.

5.4.3. Gegevensblad

Rasterlijnen en celeffecten

  • Standaard worden zowel de horizontale als de verticale rasterlijnen getoond;
  • het standaardceleffect (de rand) is normaal, maar je kan die verhoogd of verlaagd weergeven;
  • de standaardkolombreedte is 2,4999 cm.

Standaardlettertype: eventueel kan je de grootte en het gewicht van dat standaardlettertype aanpassen, of het onderstrepen of cursief zetten.

5.4.4. Ontwerpfuncties voor objecten

Ontwerpweergave voor tabellen

  • Standaardveldtype: standaard korte tekst
  • Standaardlengte Tekstvelden: standaard 255 karakters
  • Standaardlengte Numerieke Velden: toont een keuzelijst met de numerieke types, standaard lange integer
  • AutoIndex Bij Importeren/Maken: bij importeren zal Access velden met id;sleutel;code;getal automatisch indexeren
  • Knoppen Voor Bijwerkopties Weergeven: als je eigenschap(pen) van een veld in een tabel wijzigt, komt Access vragen of die eigenschap(pen) ook in de query's, formulieren en rapporten aangepast moet worden

Queryontwerp

  • Tabelnamen Weergeven: zorgt ervoor dat de naam van de tabel verschijnt in de tweede rij van het queryraster
  • Alle Velden Weergeven: bij nieuwe query's worden automatisch alle velden van de gekozen tabel(len) aan het raster toegevoegd
  • AutoJoin Activeren: Access tracht tabellen automatisch te relateren via een gemeenschappelijk veld
  • Lettertype Voor Queryontwerp: standaard lettertype en -grootte voor de inhoud van het queryraster
  • Met SQL-Server Compatibele Syntaxis: gebruikt ANSI-92 (ipv -89) voor query's, zodat ze compatibel zijn met SQL-Server databases

Ontwerpweergave van formulier/rapport

  • Werking van Selectiekader: bij selecteren door slepen worden objecten die deels binnen het kader vallen wel (standaard) of niet meegeselecteerd
  • Formuliersjabloon: kies een bestaand formulier als blauwdruk voor de nieuwe formulieren
  • Rapportsjabloon: kies een bestaan rapport als blauwdruk voor de nieuwe rapporten
  • Altijd Gebeurtenisprocedures Gebruiken: start rechtstreeks de VB-editor, anders verschijnt venster Opbouwfunctie Kiezen als je op knop Opbouwen klikt.

Foutcontrole in de ontwerpweergave voor formulieren en rapporten

  • Foutcontrole Inschakelen: als Access een fout ontdekt, verschijnt dan een groen driehoekje aan het object
  • Controleren Op Bijschriften Zonder Koppeling: zijn alle bijschriften (labels) gekoppeld aan een afhankelijk veld?
  • Controleren Op Sneltoetsfouten: in een formulier kan je zelf sneltoetsen bepalen voor sommige acties - en die moeten geldig en uniek zijn
  • Controleren Op Ongeldige Eigenschappen: vindt ongeldige expressies en namen
  • Controleren Op Algemene Rapportfouten: zoals een sectie breder dan het gekozen papierformaat of een ongeldige sorteervolgorde
  • Kleur Voor Foutindicator: standaard verschijnt een groen driehoekje bij een fout, hier kan je een andere kleur kiezen

5.4.5. Controle

Via de AutoCorrectie-opties stel je in welke typfouten automatisch verbeterd worden en of bepaalde tekens automatisch in een symbool of stijl omgezet moeten worden

Verder zie je hier allerhande opties voor de spellingcontrole:

  • Woorden in Hoofdletters Negeren: die worden niet op spelfouten gecheckt
  • Woorden met getallen worden evenmin op spelfouten gecontroleerd
  • Internet- en bestandsadressen worden eveneens standaard overgeslagen bij de spellingcontrole
  • Herhaalde Woorden Markeren: als er tweemaal na elkaar hetzelfde woord staat, komt daar een golflijntje onder
  • Als je een spellingcontrole uitvoert op een Duitse tekst, wordt de nieuwe Duitse spelling gebruikt
  • Hoofdletters Met Accenten Afdwingen in het Frans: activeer je deze optie, dan duidt de Franse spellingcontrole aan waar je een accent op een hoofdletter vergeten bent
  • Alleen Suggesties uit de Hoofdwoordenlijst: meestal zijn er aangepaste woordenlijsten beschikbaar, maar je kan ze hier uitschakelen
  • Franse Modi: je kan teksten laten verbeteren volgens de oude of de nieuwe spelling, d.w.z. spelling van voor 1990 of erna
  • Taal voor Woordenlijst: voor een anderstalige databank kan je een andere taal dan Nederlands (België) kiezen.

5.4.6. Taal

Hier stel je de mogelijke bewerkingstalen in, talen waarin een spelling- en grammaticacontrole kan gebeuren.
Verder kan je in sommige Officeversies de taal voor de menu's en vensters kiezen.

5.4.7. Clientinstellingen

Bewerken:

  • Verplaatsing met Enter: na Enter springt de cursor standaard naar het volgende veld, maar dat kan je aanpassen
  • Focus Na Verplaatsing: na Enter wordt standaard de hele veldinhoud in het volgende veld geselecteerd
  • Werking van Pijltoetsen: druk je op een pijltje, dan springt de cursor naar het volgende veld in de gekozen richting
  • Cursor Stopt: activeer je deze optie, dan springt de cursor niet naar een nieuw record als je in het laatste veld Enter drukt
  • Standaardmethode Zoeken/Vervangen: Snel Zoeken zoekt enkel in het huidige veld en Begin Van Veld zelfs enkel vanaf het begin van het huidige veld. Algemeen zoekt eh ... algemeen.
  • Bevestigen: Access vraagt om toestemming voor bepaalde acties zoals verwijderen
  • Standaardrichting: wij lezen van links naar rechts, in sommige talen is dat andersom
  • Algemene Uitlijning: standaard wordt tekst links uitgelijnd en numerieke waarden rechts
  • Cursorverplaatsing: logisch = volgens de taalrichting, visueel = van links naar rechts in alle talen

Weergeven:

  • Recente Databases: standaard worden 25 recente databases getoond in de lijst bij Bestand – Openen
  • Snelle Toegang tot Recente Databases:
  • Backstage:
  • Statusbalk: de statusbalk wordt onderaan het scherm getoond
  • Animatie: toont bewegingen in het gegevensblad, bv. bij invoegen van een kolom zie je de andere kolommen verschuiven
  • Actielabels Op Gegevensbladen:
  • Actielabels In Rapporten en Formulieren:

Afdrukken: je kan standaardwaarden opgeven voor de vier marges van je blad

Algemeen:

  • Fouten in Invoegtoepassingen:
  • Feedback Met Geluid: laat een geluidje horen bij of na bepaalde taken, volgens de instellingen in het Configuratiescherm van Windows
  • Jaartal Met Vier Cijfers: om in deze database of altijd jaartallen met vier cijfers te gebruiken

Geavanceerd:

  • Laatst Gebruikte Database: eventueel kan je de laatst gebruikte database automatisch laten openen bij het starten van Access
  • Standaardmodus Voor Openen: jij alleen mag de database gebruiken (Exclusief) of anderen mogen tegelijk toegang krijgen (Gedeeld)
  • Standaard Recordvergrendeling: geen vergrendeling, alle records van een geopend formulier of gegevensblad of enkel het record vergrendelen dat je aan 't bewerken bent
  • OLE/DDE-time-out: interval (0 - 300) waarna Access een mislukte verbinding terug probeert te leggen
  • Interval Voor Vernieuwen: wachttijd voor bijwerken van koppelingen
  • Aantal Keren Opnieuw Proberen: zo dikwijls (0-10) tracht Access een gewijzigd record, dat door een andere gebruiker vergrendeld werd, terug op te slaan
  • Interval Voor ODCB-Vernieuwing: interval (0 - 32.766) om toegang te vernieuwen tot records in een over een netwerk gedeelde database
  • Interval Voor Opnieuw Proberen: interval (1-1000) om een vergrendeld record opnieuw proberen op te slaan
  • DDE-Bewerkingen: Dynamic Data Exchange van externe bronnen kan je laten negeren of bijwerken
  • Opdrachtregelargumenten: om je database op te starten met command prompt-argumenten
  • Versleutelingsmethode:

Bovendien kan je nog het standaardthema voor de Officetoepassingen kiezen.

5.4.8. Lint aanpassen

In de rechterkolom zie je de huidige indeling van alle onderdelen van het lint; daar kan je een opdracht aanklikken en van het lint verwijderen.

Een opdracht uit de linkerkolom kan je enkel toevoegen aan een aangepast lint, d.w.z. je moet eerst een nieuwe groep maken en dan kan je er opdrachten op zetten.

5.4.9. Werkbalk Snelle Toegang

Het gaat hier over het kleine balkje linksboven: Snelle Toegang

Je kan er meer opdrachten op zetten via dit optievenster ofwel door op het einde van het balkje op het kleine driehoekje te klikken.

5.4.10. Invoegtoepassingen

Standaard bevat Office:

  • Actieve invoegtoepassingen: geregistreerde invoegtoepassingen die momenteel uitgevoerd worden
  • Niet-actieve invoegtoepassingen: staan op je computer, maar zijn momenteel niet geladen.
  • Invoegtoepassingen die betrekking hebben op documenten: dit zijn sjabloonbestanden die door bepaalde geopende documenten gebruikt worden
  • Uitgeschakelde invoegtoepassingen: deze zijn automatisch uitgeschakeld, omdat ze Word of een ander Officeprogramma lieten vastlopen.

Klik op een invoegtoepassing en je kan onderaan de gegevens aflezen:

  • De titel van de invoegtoepassing
  • Uitgever: de softwareontwikkelaar of organisatie die de invoegtoepassing maakte
  • Compatibiliteit: in welke Officeversies werkt de invoegtoepassing?
  • Locatie: in welke map is het bestand opgeslagen
  • Beschrijving: waarvoor dient de invoegtoepassing

Om een invoegtoepassing toe te voegen, kies je de gewenste categorie bij Beheren en dan klik je op Start.

5.4.11. Vertrouwenscentrum

Via Bestand – Opties – Vertrouwenscentrum kan je de privacyverklaringen van Microsoft lezen en verder kan je de beveiligingsinstellingen aanpassen via knop Instellingen voor het Vertrouwenscentrum:

  • Vertrouwde uitgevers: van wie mag er code geladen worden?
  • Vertrouwde locaties: documenten in deze mappen worden zonder controle geopend
  • Vertrouwde documenten: mogen documenten met actieve inhoud wel of niet geopend worden
  • Vertrouwde app-catalogussen: apps uit de Office Store kan je normaal zonder meer invoegen, andere catalogussen kan je hier opgeven
  • Invoegtoepassingen: heb je daarvoor een digtale handtekening nodig of moeten ze gewoon allemaal uitgeschakeld worden
  • ActiveX-instellingen: er verschijnt wel of niet een waarschuwing als je ActiveX-elementen wil uitvoeren
  • Instellingen voor macro's: schakel macro's in – als je zeker bent dat er geen virus inzit – of uit
  • Beveiligde weergave: bestanden van Internet, e-mail bijlagen en andere onveilig geachte documenten worden geopend in beveiligde weergave
  • Berichtenbalk: als er geblokkeerde inhoud is, verschijnt wel of niet de berichtenbalk
  • Instellingen voor bestandsblokkering: bestanden uit vorige versies kan je in beveiligde weergave laten openen en het opslaan laten blokkeren
  • Privacyopties: mag Access verbinding maken met Internet? Wat mag Microsoft op je computer doen?

5.5. Een database beveiligen

Een eerste methode om een database te beveiligen, is er geregeld een kopietje van nemen en dat op een externe schijf zetten, die je veilig bewaart.

5.5.1. Comprimeren en herstellen

Naarmate je langer met een database werkt, zitten er steeds meer wijzigingen in en wordt het bestand steeds groter.
Daarom is het een goed idee om een database af en toe te comprimeren – waarmee Access ze tegelijk nakijkt op fouten en die tracht te herstellen.

Klik linksboven op Bestand en dan zie je bij Info de grote knop Comprimeren en Repareren.
Even geduld ... en de database is weer als nieuw.

Of wil je dat de databank telkens je ze sluit gecomprimeerd en hersteld wordt? Kies bij Bestand – Opties en in tabvenster Huidige Database zet je een vinkje aan Comprimeren Bij Sluiten.

5.5.2. Onderdelen van de database afschermen

Tabellen en query's kan je beveleigen door ze te verbergen: rechtsklik erop in het navigatiedeelvenster en kies Eigenschappen in het snelmenu. Daar kan je een vinkje zetten aan Verbergen.

Besturingselementen op formulieren kan je Vergrendelen, zodat de gegevens niet gewijzigd kunnen worden.
Met Ingeschakeld: Nee kan je zelfs niet klikken in het veld.

Bij de formuliereigenschappen kan je verder instellen of bewerken toegelaten is en of verwijderen wel of niet mag.
Met Gegevensinvoer: Ja kan je alleen nieuwe records toevoegen, niet de bestaande wijzigen.

5.5.3. De hele database afschermen

De eerste methode om je database te beschermen tegen onvoorzichtige vingers is een eigen menu of navigatieformulier aanbieden:

  1. Maak een navigatieformulier (zie 7.5 en 11.1) en/of eigen aangepast lint (zie 7.6 en 11.2).
  2. Kies bij Bestand – Opties – Huidige database:
    • Formulier Weergeven om je navigatieformulier te tonen bij het openen van de database;
    • Naam Lint om je eigen lint te laten verschijnen op de menubalk bovenaan.
  3. Nog in datzelfde optievenster schakel je de optie Navigatievenster Weergeven uit, evenals Volledige Menu's Toestaan en Standaardsnelmenu's Toestaan.

Als je nu de database terug opstart, zie je enkel het eigen menu en/of navigatieformulier.
Moet je toch de structuur nog aanpassen? Houd Shift in terwijl je op de database dubbelklikt in de bestandsverkenner.

Nog radicaler: geef de gebruiker een database waarin je enkel de gegevens kan aanpassen en toevoegen, geen enkel database-object: maak voor alle veiligheid eerst een kopie van je database en kies dan bij Bestand – Opslaan Als – ACCDE Maken.

Verder kan je de database voorzien van een wachtwoord via Bestand – Info – Versleutelen Met Wachtwoord.