3. Tekst

Tekst toevoegen aan een publicatie is één taak; de visuele opmaak ervoor kiezen is een andere.
Zoom voldoende in om tekst te typen en op te maken, dat is handiger werken.

3.1. Tekst toevoegen

Om te beginnen geven we wat inhoud aan de publicatie.

Over de persoonlijke gegevens hadden we het al eerder:

3.1.1. Tekst typen

  1. Kies op lint Start – Tekstvak Tekenen en teken een tekstvak op het blad.
  2. In het vakverschijnt automatisch een tekstcursor. Begin te typen.
    • Om een nieuwe alinea te beginnen druk je Enter,
    • om een nieuwe regel te beginnen binnen dezelfde alinea druk je Shift-Enter,
    • en TAB zorgt nog altijd voor een vaste afstand witruimte op de regel.

3.1.2. Kopiëren en plakken

Tekst kopiëren en plakken lukt altijd:

  1. Open het brondocument en selecteer de tekst die je wil kopiëren.
  2. Rechtsklik op de selectie en kies Kopiëren of druk Ctrl-C
  3. Activeer Publisher en teken een tekstvak of klik in een bestaand tekstvak.
  4. Rechtsklik in het vak en kies Plakken of klik in het vak en druk Ctrl-V

3.1.3. Tekst importeren

Staat de tekst al in Word of een ander tekstverwerkingsprogramma? Importeer die.

  1. Teken een tekstvak op het blad of klik in een bestaand tekstvak.
  2. Kies op lint Invoegen – Bestand Invoegen.
  3. Open de juiste map en dubbelklik op het document waarvan je de inhoud wil gebruiken.

Publisher noemt elk afgesloten geheel tekst een artikel. Als je een artikel importeert, past dat dikwijls niet in het vak dat je ervoor voorzien had. Publisher probeert de tekst over de bestaande vakken te verdelen, maar dat lukt niet altijd.
Dan verschijnt onderaan het vak de indicator Tekst in Overloop en je krijgt een waarschuwing in een geel infovak. Dan kan je de tekst manueel in een tweede vak 'overgieten'.

3.2. Tekst bewerken

3.2.1. Tekst selecteren en aanpassen

Vooraleer je tekst kan bewerken, moet je die eerst selecteren, net zoals bv. in Word.

SelectieMethode
standaardtekstklik in de standaardtekst uit een sjabloon of wizard
willekeurig stuk tekstklik aan de eerste letter en sleep met de muiscursor over de tekst
één teken klik vóór het teken, houd SHIFT in en druk op pijltje-naar-rechts
woorddubbelklik midden op het woord
alineaklik driemaal in de alinea
allesklik in de tekst en druk Ctrl-A

Heb je gewoon een fout gemaakt, dan bewijst de knop Ongedaan Maken ongedaan goede diensten.
Was het toch juist? Gebruik de knop ernaast om de handeling terug uit te voeren.

Tekst vervangen ken je ook uit Word: selecteer de tekst die je wil vervangen en begin te typen. Zodra je het eerste teken typt, verdwijnt de hele selectie.

En dan moet je al eens tekst wissen:

  • klik met de tekstcursor vóór het teken dat je wil wissen en druk Delete;
  • klik met de tekstcursor achter het teken dat je wil wissen en druk Backspace;
  • selecteer het stuk tekst dat je wil verwijderen en druk Delete.

Tekst tussenvoegen is helemaal geen probleem: klik op de plaats waar je tekst wil tussenvoegen en begin te typen. De bestaande tekst schuift gewoon op. Nee? Controleer dat toets Insert niet actief is.

3.2.2. Gekoppelde tekstvakken

Wanneer je door plakken of importeren een lange tekst in een publicatie zet, past die niet in één tekstvak. Publisher zal trachten zelf voldoende tekstvakken toe te voegen, zodat alle tekst geplaatst is. Je ziet dat de tekst doorloopt in een volgend vak aan het driehoekje op de rechterrand; tekstvakken waarin die 'rest' staat krijgen een driehoekje op de linkerrand.
Zulke tekstvakken zijn gekoppeld.

Wil je naar het vorige of volgende vak? Klik op het driehoekje om over te springen naar het gekoppelde vak of kies op lint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken zowat in het midden de knop Volgende.
Daar staat ook een knop Verbreken, om de koppeling tussen tekstvakken op te heffen.

Wil je dat een stuk tekst persé in een bepaald vak past?

  • Bewerk het artikel om de tekst langer of korter te maken;
  • Pas de tekenopmaak en/of de alineaopmaak aan;
  • Maak het vak groter of kleiner en pas de omliggende vakken hierbij aan;
  • Rechtsklik op de rand van het vak en kies Tekstvak Opmaken, tabblad Tekstvak om de marges tussen de rand van het vak en de tekst te vergroten of verkleinen;
  • Klik op het vak en kies op lint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken – Tekst Passend Maken om de tekenopmaak zodanig aan te passen dat de bestaande tekst nét in het vak past.

3.2.3. Tekstkolommen

Als tekst van één kolom naar een volgende moet overlopen, kan je best beginnen met één groot tekstvak en dat in kolommen verdelen:

  1. Teken een groot tekstvak en zet de basistekst erin. Die kan je uiteraard later nog verder aanpassen.
  2. Klik in het vak en kies op lint Start, sectie Alinea , de knop Kolommen Kolommen
    Je vindt die knop ook op hulplint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken.
  3. Selecteer een standaard kolomindeling of klik op Meer Kolommen... om zelf het aantal kolommen en de afstand ertussen te bepalen.

3.3. Tekenopmaak

Hier gaat het over de opmaak van de karakters, de afzonderlijke testtekens.

3.3.1. Lettertypen

Het gedrukte woord is een vorm van kunst: de typografie behandelt het maken en toepassen van verschillende lettersoorten, lettertypen en hun tekengroottes en speciale teksteffecten.
Zoals je waarschijnlijk wel weet, bepaalt het lettertype (font) de algemene opmaak waarin tekst op het scherm en in afgedrukte vorm verschijnt. Elk lettertype heeft een naam, zoals Arial. Je hebt de beschikking over vele lettertypen die je uit een alfabetisch gerangschikte lijst kan selecteren. Welke dat zijn en hoe groot de keuzelijst is, hangt af van de mogelijkheden van de geselecteerde printer en de lettertypen die op je systeem zijn geïnstalleerd.

Op alle printers met grafische mogelijkheden kunnen schaalbare lettertypen gebruikt worden. Dit zijn de lettertypen waarvan de lettergrootte 'traploos' kan worden ingesteld, zoals True Type lettertypen bijvoorbeeld. De lettergrootte geeft de hoogte van de tekens aan en wordt uitgedrukt in punten. Één punt komt overeen met 0,376 millimeter (1/72 inch). Een puntgrootte van 10 betekent dus dat de tekens een hoogte hebben van 3,76 millimeter.

Een lettertype kan proportioneel of niet-proportioneel zijn.
Bij proportionele lettertypen is de hoeveelheid ruimte die een teken inneemt tekenafhankelijk. De letter 'i' bv. neemt minder ruimte in beslag dan de 'w'. Voorbeelden van deze lettertypen zijn Times New Roman en Calibri.
Bij niet-proportionele lettertypen, zoals Courier (New), neemt elke letter evenveel witruimte in op het papier. Het zijn echte schrijfmachineletters die tegenwoordig gelden als ouderwets.

De snelste manier om een lettertype te kiezen ken je waarschijnlijk: selecteer de op te maken tekst en kies een lettertype in de eerste keuzelijst op het contextbalkje. Je vindt deze optie ook op lint Start of in venster Lettertype.

3.3.2. Andere tekenopmaak

Op lint Start zie je de meeste opties voor tekenopmaak: opmaak
Even overlopen:

  • Bovenste rij: lettertype, lettergrootte in keuzelijst of stapjes (A)
  • Bovenste rij, laatste: alle opmaak wissen
  • Tweede rij: vet, cursief, onderstrepen, subscript, superscript
  • Tweede rij knop Aa: normaal, hoofdletters of kleinkapitalen
  • Tweede rij knop AV = tekenafstand: hoe dicht de letters tegen elkaar komen
  • Tweede rij laatste knop: tekstkleur
    • ofwel gebruik je een kleur uit het kleurenschema van het thema, ofwel een standaardkleur;
    • bij Meer Kleuren heb je een uitgebreider palet standaardkleuren, de keuze uit alle RGB-kleuren (= schermkleuren) bij Aangepast of een printkleur uit het Pantone-spectrum.
    • Tinten gebruik je om te werken met schakeringen van een bepaalde kleur;
    • Voorbeeld Lettertypekleur: ?
    • Opvuleffecten gebruik je om een kleurovergang te kiezen of bv. een schaduweffect.

Via venster Lettertype (klein pijltje rechts beneden) vind je dezelfde opties plus nog speciale typografische mogelijkheden.

Of wil je tekst "op zijn kant"? Via de knop Tekstrichting draai je de hele inhoud van een tekstvak 90° met de klok mee.

3.3.3. Symbolen en diakritische tekens

Regelmatig zal je tekens in de publicatie gebruiken die niet zomaar op het toetsenbord aanwezig zijn, zoals de tekens ó en ï. Deze samengestelde of diacritische tekens kunnen via het toetsenbord worden gemaakt door twee toetsen te combineren.
Op een Belgisch toetsenbord gelden daarvoor volgende regels:

  • voor een letter met een umlaut op, bv: ä, houd je de hoofdlettertoets in (= pijl omhoog) terwijl je rechts op het toetsenbord op de toets met de umlaat drukt, dan laat je beide toetsen los en typt de letter eronder;
  • de tekens é, è, à en ù vind je op het toetsenbord;
  • op toetsen met drie tekens vorm je het teken aan de rechterkant door AltGr in te houden en dan op de toets te drukken. Dat aan de bovenkant vorm je met de hoofdlettertoets.

Daarnaast kan je op lint Invoegen – Symbool kiezen om diakritische tekens en andere speciale tekens en "tekeningetjes" in de tekst te zetten.
Via tab Speciale Tekens kan je bv. allerhande streepjes invoegen, maar op tab Symbolen heb je de grootste keuze: kies het gewenste lettertype (bv. Symbol voor wiskundige symbolen, Wingdings voor icoontjes) en dubbelklik daarin op het gewenste karakter.

3.3.4. WordArt-stijlen

Selecteer de tekst en kijk op hulplint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken: daar heb je een sectie Stijlen Voor WordArt om je geselecteerde tekst speciale effecten te geven.

Ofwel kies je een vooringestelde stijl, ofwel stel je er zelf eentje samen:

  • TekstOpvulling bepaalt de opvulling van de karakters, met een effen kleurtje of een kleurovergang (via OpvulEffecten);
  • TekstKader betreft de omtreklijn van de karakters. Standaard hebben karakters geen omtrek, maar je kan een dunne of dikke lijn toevoegen, vol of gestippeld, in een kleurtje naar keuze;
  • TekstEffecten: hier kan je tekst een schaduw, weerspiegeling, gloed of schuine rand geven. Bij elke optie zie je verschillende voorbeelden en onderaan een mogelijkheid om meer opties in te stellen.

3.4. Alineaopmaak

Als de vorm van de karakters naar je zin is, ga je de indeling van de alinea's bekijken, alineaopmaak toepassen dus.
Zoals in een tekstverwerker is een alinea in Publisher een verzameling tekens die besloten wordt door een harde return, d.w.z. door Enter te drukken.

Soms wil je zinnen bijeenhouden in één alinea, maar één van de zinnen toch tegen de kantlijn laten beginnen. In zo'n geval druk je Shift-Enter om een nieuwe regel te beginnen.

Om één alinea op te maken, is het voldoende dat je ergens in de alinea klikt.
Wil je meer alinea's tegelijk opmaken, dan moet je ze eerst allemaal selecteren.

3.4.1. Uitlijning

Met uitlijning bedoelen we meestal de manier waarop de tekst in de breedte verdeeld is binnen de randen van het vak. Standaard is tekst horizontaal links uitgelijnd en verticaal boven uitgelijnd.

Op hulplint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken staan de meeste uitlijningsopties samen: uitlijning

  • De 9 kleine knopjes tonen de mogelijke horizontale en verticale uitlijning binnen het tekstvak, van standaard boven links tot onder rechts;
  • via knop Kolommen regel je de indeling in tekstkolommen binnen het vak;
  • Marges zorgen voor extra witruimte tegen de randen van het tekstvak.

Vreemd genoeg moet je voor de horizontale uitlijning Uitvullen, d.w.z. alle tekstregels opvullen tot tegen de marges, naar lint Start, sectie Alinea.

In het venster Alinea vind je dan nog de opties voor inspringing:

  • Standaard – of oorspronkelijk – wordt de hele alinea links uitgelijnd, elke regel begint tegen de linkermarge.
  • Inspringing Eerste Regel: de eerste regel van de alinea begint 1 cm van de linkermarge, de andere regels van de alinea staan tegen de marge.
  • Verkeerd-Om Inspringen: de eerste regel begint tegen de linkermarge van het vak, de andere regels blijven er een centimeter vanaf.
  • Citaat: de alinea blijft links en rechts 2 cm van de marges weg.
  • Aangepast: de combinatie van de verschillende mogelijke inspringingen.

Bovendien regel je in venster Alinea de regelafstand, de witruimte boven en onder de alinea en tussen regels onderling.

3.4.2. Tabs

Met een tabstop kan je een bepaalde hoeveelheid horizontale witruimte tussen de woorden voorzien.
Bij een tab horen altijd 2 elementen:

  • een tabteken, dat je invoert door de toets met twee pijlen in te drukken tijdens het typen en
  • een tabstop, een bepaalde positie op de regel die het einde van de extra witruimte aangeeft.

De eenvoudigste manier om tabstops in te stellen is via de liniaal:

  1. Selecteer de alinea('s) waarin je minstens eenmaal op tab drukte;
  2. Kies de soort tabstop links boven, op het snijpunt van horizontale en verticale liniaal: links (standaard), rechts, centrerend of decimaal.
  3. Klik in de horizontale liniaal waar de tabstop moet komen.

Dubbelklik op een tab in de liniaal of kies op lint Start – venster Alinea, tabblad Tabbladen om alle mogelijkheden binnen bereik te hebben:

  1. Typ de Tabpositie in het gelijknamige vakje (cm erachter is niet nodig)
  2. Kies de uitlijning:
    • Links: de tekst staat rechts van de tabstop;
    • Centreren: de tekst wordt rond de tabstop gecentreerd;
    • Rechts: de tekst plakt links tegen de tabstop;
    • Decimaal: de tabstop komt op de positie van het decimaal teken in een getal.
  3. Kies eventueel een opvulteken (standaard: geen).
  4. Klik op de knop Instellen.
  5. Herhaal de stappen voor elke tabstop die wil instellen en klik dan op OK.

Om een tabstop te verplaatsen, versleep je het tabteken op de liniaal. Verwijderen doe je door het tabteken uit de liniaal te slepen.

3.4.3. Opsommingen

Je kan een opsomming voorzien van een symbooltje of een nummer. De werkwijze is gelijkaardig:

  1. Typ alle lijstitems zonder symbool of nummering en druk Enter na elk item.
  2. Selecteer de hele lijst en klik op lint Start op de knop Nummering of Opsommingstekens.

Via het kleine pijltje aan de knop kan je andere symbolen, resp. een andere nummering kiezen.

Moet een deel van een lijst een indeling op subniveau krijgen? Selecteer dat deel en klik op de knop Inspringing Vergroten langs de nummeringknop.

3.4.4. Decoratieve initiaal

In boeken, tijdschriften en nieuwsbrieven is de eerste letter van een hoofdstuk of verhaal vaak een hele grote en fraaie letter. Zo'n grote beginletter wordt een initiaal genoemd.

  1. Klik ergens in de alinea die je met een initiaal wil beginnen.
  2. Kies op lint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken – Decoratieve Initiaal.
  3. Klik op het voorbeeldje met de gewenste vorm of maak een Aangepaste Decoratieve Initiaal.

Wil je achteraf zo'n initiaal aanpassen? Klik in de alinea en kies op lint Hulpmiddelen Voor Tekstvakken – Decoratieve Initiaal – Aangepaste Decoratieve Initiaal.

Of wil je de initiaal terug kwijt? Klik in de alinea en kies het eerste voorbeeld, Geen Decoratieve Initiaal.

3.4.5. Stijlen

Om tekstopmaak te kopiëren heb je op lint Start de knop Opmaak Kopiëren/Plakken, maar als je geregeld dezelfde opmaak terug nodig hebt, leg je die best vast in een stijl.

Handigste werkwijze:

  1. Maak de eerste alinea volledig op naar wens en selecteer door driemaal te klikken in de alinea.
  2. Kies op lint Start – Stijl – Nieuwe Stijl.
  3. Geef de stijl een duidelijke naam, controleer de kenmerken en klik OK.

Vervolgens kan je de stijl toepassen: klik in de op te maken alinea en kies bij Start – Stijl de juiste naam.

3.5. Tabellen

Moet je verschillende kleine stukjes tekst t.o.v. elkaar schikken? Denk er dan eens aan om ze in een tabel te zetten.

  1. Kies op lint Start – Tabel en duid aan hoeveel rijen je wil.
  2. Publisher plaatst een tabelobject op de pagina. Druk Tab om naar de volgende cel te gaan en in de laatste cel om een rij toe te voegen.

Om de tabel zelf en de inhoud ervan op te maken moet je eerst de juiste delen selecteren:

Vervolgens kan je de inhoud opmaken et de opties op lint Start en de tabel zelf via hulplinten Ontwerpen en Indeling.

De breedte van een kolom of hoogte van een rij pas je aan door de scheidingslijn tussen de kolommen of rijen te verslepen.

3.6. Extra tekstgereedschappen

Zolang de tekst kort en simpel is, heb je de tekstgereedschappen die we nu zullen bespreken misschien niet nodig. Maar je zal ze zeker gebruiken in een doorlopende tekst.

3.6.1. Zoeken en vervangen

In een langere publicatie is het dikwijls moeilijk om een globale tekstwijziging door te voeren, bv. overal het woord apoteek vervangen door apotheek.
In zo'n geval gebruik je de optie zoeken en vervangen:

  1. Zet de cursor aan het begin van de tekst en kies rechts op lint Start de optie Vervangen.
  2. Typ de te vervangen tekst in het vak Zoeken Naar en de correcte vervanging bij Vervangen Door.
  3. Stel eventueel een optie in:
    • Heel Woord: vindt bv. "een" als er een spatie of punt achter staat, maar niet in "eend" of "geen";
    • Identieke Hoofdletters/Kleine Letters: maakt onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters bij het zoeken.
  4. Wil je zelf controle houden op de vervangingen, klik dan eerst op Volgende Zoeken en daarna – als het woord inderdaad vervangen mag worden – op Vervangen.
  5. Mogen alle vervangingen overal automatisch uitgevoerd worden, klik je op Alles Vervangen.

3.6.2. Spellingscontrole

Als je Publisher start, wordt de automatische spellingcontrole mee geactiveerd. Alle onbekende woorden of woorden met verdachte spelling worden door een rode golflijn onderstreept.

Staat er zo'n golflijn onder een woord? Rechtsklik erop en kies ofwel het juiste alternatief, negeer de fout en voeg het woord toe aan de woordenlijst.

Je kan zelf bepalen hoe de spellingscontrole precies gebeurt via Bestand – Opties, tabblad Controle.

Wil je een hele tekst na elkaar op spelling controleren?

  1. Kies op lint Controle de eerste knop, Spelling.
  2. Het eerste onbekende of foute woord verschijnt bovenaan in vakje Niet In WoordenLijst. Bepaal wat ermee moet gebeuren: negeren (1x of in de hele tekst), wijzigen (1x of in de hele tekst) of toevoegen aan de woordenlijst.
    Om te wijzigen, kies je eerst de juiste suggestie of typ ze zelf in vakje Wijzigen In.

3.6.3. AutoCorrectie

Via de AutoCorrectie-opties stel je in welke typfouten automatisch verbeterd worden en of bepaalde tekens automatisch in een symbool of stijl omgezet moeten worden

Kies bij Bestand – Opties – Controle en klik allereerst op de knop AutoCorrectie-Opties:

  • Twee Beginhoofdletters Corrigeren: de tweede hoofdletter wordt een kleine letter
  • Zinnen Met Hoofdletter Beginnen: na een leesteken (behalve , en :) of Enter begint het volgende woord met een hoofdletter
  • Tabelcellen Met Hoofdletter Beginnen: het eerste woord in elke cel begint met een hoofdletter
  • Namen Van Dagen Met Hoofdletter Beginnen: in het Nederlands moeten de namen van dagen niet met een hoofdletter geschreven worden, dus deze optie zet je allicht uit
  • Onbedoeld Gebruik van Caps Lock Corrigeren: verandert bv. vROLIJK in Vrolijk
  • Tekst Vervangen Tijdens Het Typen: Publisher houdt een lijst bij van gangbare spelfouten en zal ze automatisch verbeteren.
    Als je bepaalde fouten geregeld maakt, kan je ze zelf toevoegen aan de lijst: typ in het veld Vervangen de foute schrijfwijze en bij Door de juiste en klik op de knop Toevoegen.

op tabblad AutoOpmaak Tijdens Typen:

  • Rechte aanhalingstekens worden automatisch vervangen door gekrulde aanhalingstekens;
  • kleine afbreekstreepjes worden vervangen door langere: en- (–) of em- (—) streepjes;
  • als je een alinea begint met een "bolletje", streepje of een cijfer, zal Publisher automatisch na de eerste Enter opnieuw een opsommingsteken of het volgende nummer zetten.

Verder zie je hier allerhande opties voor de spellingcontrole:

  • Woorden in hoofdletters negeren: die worden niet op spelfouten gecheckt
  • Woorden met getallen worden evenmin op spelfouten gecontroleerd
  • Internet- en bestandsadressen worden eveneens standaard overgeslagen bij de spellingcontrole
  • Herhaalde woorden: als er tweemaal na elkaar hetzelfde woord staat, komt daar een golflijntje onder
  • Als je een spellingcontrole uitvoert op een Duitse tekst, wordt de nieuwe Duitse spelling gebruikt
  • Hoofdletters met accenten afdwingen in het Frans: activeer je deze optie, dan duidt de Franse spellingcontrole aan waar je een accent op een hoofdletter vergeten bent
  • Alleen suggesties uit de hoofdwoordenlijst: meestal zijn er aangepaste woordenlijsten beschikbaar, maar je kan ze hier uitschakelen
  • Franse modi: je kan teksten laten verbeteren volgens de oude of de nieuwe spelling, d.w.z. spelling van voor 1990 of erna

Onderaan zie je nog de optie om de rode golflijntjes te laten verschijnen tijdens het typen of niet.

3.6.4. Afbreekstreepjes

Als een woord niet meer op een regel past, zal Publisher het hele woord op de volgende regel plaatsen.
Wil je woordafbreking gebruiken om de regels beter uit te vullen, dan moet je dat zelf instellen.

Het eenvoudigst is automatische woordafbreking, waarbij Publisher zoveel mogelijk woorden op regeleinden zal gaan afbreken.

  1. Selecteer de tekst waarin de woorden afbreekstreepjes mogen krijgen.
  2. Controleer de taal via knop Taal op het lint Controleren.
  3. Activeer vervolgens Hulpmiddelen Voor Tekstvakken, klik op Afbreken en dan OK.

Je kan ook zelf tijdelijke afbrekingsstreepjes plaatsen met Ctrl-streepje; zulke streepjes worden enkel getoond als het woord inderdaad op het einde van een regel staat en gesplitst moet worden.
Via lint Invoegen – Symbool – Meer Symbolen, tabblad Speciale Tekens kan je trouwens allerhande streepjes en spaties invoegen:

EM-streepjelange streep bij afgeronde prijzen, bv: € 451,—
EN-streepjegedachtenstreep, bv: hij vertelde – met veel misbaar – over zijn pechdag
vast afbreekstreepjeom samengestelde woorden samen te houden op dezelfde regel, bv. vergeet-me-nietje
tijdelijk afbreekstreepjeverschijnt enkel als het woord afgebroken moet worden
vaste spatieom woorden samen te houden op dezelfde regel, je wil bv. geen splitsing tussen € en 451,—